De letter x hangt in de lucht

28 september 2008

KalavinkaEr lopen momenteel twee dure reclamecampagnes die – onafhankelijk van elkaar – de obscure letter x centraal stellen. De twee-na-laatste letter van het alfabet hangt blijkbaar in de lucht.
Wat heeft de x wat de andere 25 letters niet hebben?

  • De x is in onze taal een bijzonder weinig gebruikte letter. Van de 4138 pagina’s die mijn Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (13e druk) nodig heeft om alle woorden te bespreken, zijn er slechts 2 (twee) bladzijden gewijd aan woorden die met een x beginnen. Niet-alledaagse woorden in hoofdzaak. Of gebruikt u vaak woorden als xylolatrie (aanbidding van houten beelden), xeroftalmie (uitdroging van de conjunctiva na een lokale aandoening) of xeran (spirituele beleving waarbij veelal uittreding plaatsvindt)?
    Doordat de x zo weinig voorkomt is het een bijzondere en aantrekkelijke letter om de aandacht mee te trekken.
  • De x is de meest mysterieuze letter van ons alfabet. Mr X is een figuur die vaak wordt genoemd, maar niemand heeft hem ooit gezien. Alleen zijn schaduw wordt gezien, zijn adem gevoeld.
  • De x is ook een sexy letter. Tegen de klippen op, want volgens de officiële bronnen bestaat sex helemaal niet. Dat woord hoort al lange tijd te worden gespeld met de minder spannende lettercombinatie ks. Dat de echte liefhebber zich daar niets van aantrekt kan worden afgeleid van het gebruik op internet. Een zoekopdracht in Google met de officiële spelling levert binnen Nederland zo’n 6 miljoen resultaten op, terwijl de officieuze spelling ruim 41 miljoen hits levert! Dat bevestigt het geheimzinnige, schemerige aspect van de x. En roept associaties op met de x als vermenigvuldigingsletter.

Maar terug naar de reclamecampagnes. Die maken dankbaar gebruik van de bovenstaande succesfactoren van de x. Maar wat hebben de tv-spotjes over de x te melden?  

Eiffel, een bedrijf dat zich volgens de website bezighoudt met consultancy en detachering, grijpt terug naar de wiskunde. Daar is de x een ‘onbekende grootheid’. Iets wat gevonden moet worden. “Soms moet je zoeken naar de x”, zegt de voice-over.            
Hier is het filmpje:

 

Het tweede spotje is van internetaanbieder xs4all. Dit bedrijf heeft de X opgenomen in zijn eigen naam en kent dus de kracht ervan. Oorspronkelijk is de x in de bedrijfsnaam samen met de s een hippe afkorting voor access, wat toegang betekent. Maar in deze nieuwe reclames staat de x “in elk geval voor meer”. Dat kan van alles zijn:

 
Veel meer gebruiksmogelijkheden van de bijzonder veelzijdige letter x vindt u in het in november te verschijnen Eenletterwoordenboek. Over onder veel meer de x/X als handtekening, als maalteken, als pseudoniem en als Romeins cijfer.

Vloeken in het kort

19 juli 2008

In 2007 is er wéér meer gevloekt.  Op televisie tenminste. Wie goed oplette kon in 2007 iedere week het aanzienlijke aantal van 447 vloeken beluisteren. Dat is een toename van 11% (45 vloekwoorden) vergeleken met 2006.
Voor de echte heiden is dat misschien een goede boodschap, maar 70% van de Nederlanders is dat niet met hem eens.  Die ruime meerderheid vindt vloeken vervelend, valt te lezen in het onderzoek Vloeken in Nederland.

De vloekcijfers zijn afkomstig uit de Vloekmonitor 2007. De Bond tegen het vloeken heeft daarmee voor de vijfde keer een opdracht verstrekt aan onderzoeksbureau TNS NIPO om het aantal vloeken op televisie te tellen. Interessant, maar ik kan me ook wel voorstellen dat het publiceren van zo’n telling averechts kan werken voor de papegaaienbond. Een paar voorbeelden:

  • Robert Jensen scoorde in 2007 wat lager dan het jaar daarvoor. Hij zal zich ongetwijfeld hebben voorgenomen zijn vloekfrequentie weer wat op te voeren om weer wat meer aandacht naar zich toe te trekken. Die aandacht vloeide in 2007 enigszins weg naar Gerard Joling en Gordon, het tweetal dat zich in een gezamenlijke programmaserie ook erg vloekbereid toonde.
  • Bas Blokker vindt vloeken hard nodig als wapen tegen de zedenpredikers, schreef hij gisteren in een paginagroot artikel in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad.
  • Wie op internet informatie zoekt over vloeken komt al gauw terecht op de webpagina van de Bond voor het Vloeken of op die van de Vloekmonitor. Je wordt daar verwelkomd met de volgende tekst: “Godverdomme! Zijn we te laat met het registreren van de domeinnaam!”

En daarmee is ook hier een eerste vloek gevallen. Ik zal me verder niet aan vloeken van de eerste graad bezondigen. Ik wil het eigenlijk hebben over een heel klein vloekje dat thuishoort in de categorie die de Bond ‘bastaardvloeken’ noemt. Die vloek is: g!
Deze enige Nederlandse eenlettervloek is opgenomen in wat je oneerbiedig zou kunnen noemen de vloekbijbel, het boek Vloeken (1997, sterk gewijzigde druk 2001) van de taalkundige P.J.G. van Sterkenburg. Een aantal vloeken van de vele die Van Sterkenburg noemt ken ik uit mijn directe omgeving, en van de meeste andere kan ik me het gebruik goed voorstellen. Maar g? Nooit gebruikt, nooit gehoord, nooit gelezen.

Wie wel ? Laat het me alsjeblieft weten, dan kan ik het nog meenemen in mijn Eenletterwoordenboek. En geneer je vooral niet, ik zal je gegevens niet openbaar maken. Bovendien: volgens mij is ‘g’ een erg vergeeflijke vloek van de minst ernstige soort. Ik kan me niet voorstellen dat de Bond tegen het vloeken het meeneemt in zijn Vloekmonitor.


X in tin, foto van Leo Reynolds, zie www.flickr.com/photos/lwr

Als er tegenwoordig wordt gesproken over Generatie X dan gaat het vooral over de midlifecrisis of het bereiken van pensioen (op je 67e of nooit?). Generatie X (met leden die zijn geboren in de jaren zestig en zeventig) wordt bijna vanzelfsprekend opgevolgd door Generatie Y. 
De leden van die generatie zijn geboren vanaf 1980 (bronnen noemen ook wel 1976 en 1979) maar in ieder geval voor het jaar 2000. Y’ers betreden momenteel de arbeidsmarkt, surfen voortdurend op internet, kijken naar de Simpsons en overleggen over belangrijke beslissingen met hun ouders. En hebben last van een quarterlifecrisis, schreef Metro op 7 juli. “Feit is wel dat de meeste mensen er uiteindelijk sterker uit komen”, besluit het artikel. Gelukkig maar.

Het woord generatie is erg succesvol. Het is heel bruikbaar voor marketeers die met elke nieuwe ‘generatie’ die ze ‘ontdekken’ een nieuw klantensegment willen aanboren. Dus kunnen we lezen over:

de achterbankgeneratie, de apenstaartgeneratie, de beeldschermgeneratie, de benettongeneratie, de duim-generatie, de generatie einstein, de fox-kids-generatie, de google-generatie, de grenzeloze generatie, de i-generatie, de internetgeneratie, de millenniumgeneratie, de MTV-generatie, de generatie next, de nintendo-generatie, de non-com-generatie, de pampergeneratie, de patatgeneratie, de steeds-meer-generatie, de visuele generatie, de XTC-generatie, de zapgeneratie, de zwijgende generatie en de generatie zzz.

Ik heb er vast nog een aantal gemist.

Mijn stellige indruk is dat het begrip generatie zó veel wordt gebruikt dat het is gaan lijden aan begripsinflatie. Als er elke week ronkend een nieuwe generatie wordt geïntroduceerd is dat steeds minder aannemelijk, en navenant minder interessant.

De term Generatie X  is een van de termen die in het nieuwe Eenletterwoordenboek de nodige aandacht krijgt. Het woordenboek gaat op zoek naar de achtergronden.
Wanneer werd de term voor het eerst gebezigd? Wat was de oorspronkelijke betekenis? Wie was er verantwoordelijk voor dat de X zo’n veelbesproken letter werd? Waar vond hij zijn inspiratie? Waar staat de X voor? Is het generatiedenken iets van de laatste jaren?
Lees het in het Eenletterwoordenboek. Te bestellen vanaf september.


Een Zeeuwse CDA’er heeft helemaal geen behoefte aan meer moslims in zijn partij, schreef Dagblad De Pers op 1 juli in een CDA-special van twee pagina’s. “Zou je er nog meer in willen hebben, van die mannen?”, vroeg de blijkbaar christelijke Zeeuw zich af. “Dan kun je die C van het CDA er wel helemaal van trappen.” De verslaggever van De Pers was er bij en tekende het op.

Nu is het misschien wat onhandig uitgedrukt door de vermoedelijk wat opgewonden Zeeuw - ik moest zijn uitspraak een paar keer lezen – maar de bedoeling is wel duidelijk. De ‘C’ van het CDA, de letter die een symbool is van de christelijke uitgangspunten van deze partij, is in gevaar.

In een interview met de CDA-integratiewoordvoerdster Madeleine van Toorenburg op diezelfde pagina’s in De Pers heeft ze het over dezelfde C. Die mag er zijn, maar je “hoeft er niet op te tamboereren”. Niet al te veel benadrukken dus, die C.

De letter C wordt al jaren op deze manier gebruikt. Meestal in negatieve of kritische zin, in uitspraken als:

  • Waar blijft de C in NCRV als het zulk soort schandalige televisieprogramma’s brengt?
  • Wat is de C in CNV nog waard als de christelijke waarden geen uiting meer vinden?
  • Wat heeft het voor zin de C in de naam van onze gymnastiek-, sjoel-, voetbalvereniging  te handhaven?

Letter C in gebarentaalDe letter C. Het is de vraag hoe lang dit taaie relikwie van de verzuiling zich nog zal weten te handhaven.


Bladeren in oude tijdschriften is leuk! Het is een prima manier om je in een bepaalde periode in te leven. Je kunt in ingezonden brieven lezen waarover de mensen zich toen druk maakten. Om humoristische columns of strips kun je in lachen uitbarsten, of tenminste ondergaan wat in die tijd als grappig werd beschouwd. Foto’s en illustraties bieden je een beeld van de veranderende haar- en brillenmode. De recepten leren je wat er vroeger werd gegeten en hoe dit werd klaargemaakt. Moest de groente toen echt zo lang worden gekookt?
Tijdschriften tonen de waan van de dag en de stand van de welvaart. Tijdschriften van vroeger kunnen je leren hoe veel er is veranderd sinds die tijd, maar ook hoe weinig.

In de jaren negentig hebben Joan Hemels en Renée Vegt een tweedelig boek over tijdschriften doen verschijnen onder de titel Het geïllustreerde tijdschrift in Nederland : bron van kennis en vermaak, lust voor het oog.  Het grootste deel van de bijna 1800 pagina’s wordt ingenomen door een alfabetische bibliografie van geïllustreerde tijdschriften. Elk tijdschrift wordt afgebeeld en kort beschreven. Een grondig boek, de moeite waard voor wie geïnteresseerd is in de (tijdschrift)geschiedenis vanaf 1840 tot 1995.

Het standaardwerk van Hemels en Vegt is nog lang niet overbodig gemaakt door internet, maar de volgende sites doen hun best:

  •  www.jeugdtijdschrift.nl geeft een overzicht van alle tijdschriften die er sinds 1750 in Nederland voor de jeugd zijn volgeschreven en -getekend. Tientallen afleveringen van verschillende tijdschriften zijn ingescand en kunnen on-line worden gelezen. Of even printen op A3-formaat, nietje erdoor, en je hebt zo weer een Sjors uit 1935.
    De website is helaas wat rommelig en de navigatie niet zo best. Maar de informatie ziet er goed verzorgd uit.
  • www.babynummers.nl, een overzicht van meer dan duizend nulnummers en eerste nummers van tijdschriften uit de verzameling van oud-reclameman Jan Knaap. “Een schitterende achtbaan en zoekmachine door het Nederlandse tijdschriftenlandschap,” vermeldt de website onder de informatieknop, en dat is het. Deze website werd Knaap aangeboden bij zijn afscheid als reclameman, en de makers maken hun collega’s niet te schande. Het is een visueel aantrekkelijke site die toegang geeft tot het omslag van alle tijdschriften en daarbij essentiële informatie vermeldt. Hoe vaak verscheen het, hoe duur was het, bestaat het nog? Deze site bekijken is alsof je een ruim gesorteerde kiosk bezoekt.
    Mijn wensen? Een betere zoekmachine, bladeren in tijdschriften mogelijk maken.
  • In de Koninklijke Bibliotheek was in 2006/07 een interessante maar weinig bezochte tentoonstelling over tijdschriften: Magazine! Op de website van de KB valt er nog van alles over te lezen. Ook zijn er zestien oude tijdschriften in zijn geheel te bekijken (in flash of html). Bijvoorbeeld het babynummer van de Libelle uit 1934, waar de site van Jan Knaap alleen maar het omslag van geeft. Als papieren resultaat van de tentoonstelling heeft de KB Het tijdschriftenboek uitgegeven met afbeeldingen en beschrijvingen van meer dan 350 tijdschriften.

De bovenstaande bronnen bespreken met z’n allen enorm veel Nederlandse tijdschriften. Dat er ook nog veel ontbreekt kun je merken bij het nemen van een steekproef. Mijn steekproef heeft als criterium ‘bladen met titels van een enkele letter’. Er blijkt in in de genoemde bronnen maar heel sporadisch een tijdschrift met een eenlettertitel op te duiken, terwijl die wel degelijk hebben bestaan of zelfs nog bestaan.
Neem de volgende:

 

  • A (verscheen vanaf 1934)
  • C (vanaf 2006)
  • F (vanaf 1983)
  • j* (vanaf 2000)
  • K (vanaf 1989)
  • M (vanaf 1983)
  • O (vanaf 2004)
  • R (vanaf 1977)
  • U (vanaf 1969)
  • [V) (vanaf 2001)
  • Z (vanaf 1990)

Deze kleine collectie van ‘vergeten’ tijdschriften krijgt – als aanvulling op de bovengenoemde grotere collecties - de nodige aandacht in het eenletterwoordenboek. Want ook deze tijdschriften met een extreem korte titel vertellen een verhaal. Lees hoe Z nu al jaren de wereld verbetert, A keihard maar elegant zichzelf wist te verkopen en dat M haar tijd vooruit was. Binnenkort in Achter de letter.


Over enkele maanden verschijnt er een nieuw Nederlands woordenboek. Het is geen gewoon woordenboek. De trefwoorden zijn ultra-kort: ze bestaan uit één enkele letter.

Het eenletterwoord als verschijnsel is vermoedelijk door zijn minimale afmetingen meestal over het hoofd gezien; er is nooit veel aandacht aan besteed. Bij woordspelletjes als Scrabble mag er pas gelegd worden vanaf twee letters. In kruiswoordpuzzels komen eenletterwoorden nooit voor. In veel computersystemen is het zoeken naar eenletterwoorden een aan onmogelijkheid grenzende opgave.

Maar wie zich verdiept in zo’n eenletterwoord ontdekt al snel dat het een volwaardig woord is. Met een vaak fascinerende geschiedenis, een typisch gebruik en een eigen identiteit. In dit boek vindt u een verzameling van de verhalen achter de eenletterwoorden

De schrijver neemt u in deze verhalen mee langs schoolrapporten en langs de allereerste beha. Doet uit de doeken welke schrijvers en artiesten het nodig vonden een heel kort pseudoniem te voeren (en waarom). Bespreekt gezegden en spreekwoorden als puntjes op de i, vitamine R en de vijf W’s. Voert u langs nog bestaande en inmiddels teloorgegane tijdschriften met titels als Z, O of M. Hij geeft en passant nuttige adviezen met betrekking tot zaken als geluidsoverlast en chemisch reinigen. En nog veel meer.

De werktitel van het boek is Achter de letter. Op dit weblog worden binnenkort fragmenten uit en informatie over het boek gepubliceerd.
Meer informatie vindt u op www.eenletterwoordenboek.nl.