Vloeken in het kort
19 juli 2008
In 2007 is er wéér meer gevloekt. Op televisie tenminste. Wie goed oplette kon in 2007 iedere week het aanzienlijke aantal van 447 vloeken beluisteren. Dat is een toename van 11% (45 vloekwoorden) vergeleken met 2006.
Voor de echte heiden is dat misschien een goede boodschap, maar 70% van de Nederlanders is dat niet met hem eens. Die ruime meerderheid vindt vloeken vervelend, valt te lezen in het onderzoek Vloeken in Nederland.
De vloekcijfers zijn afkomstig uit de Vloekmonitor 2007. De Bond tegen het vloeken heeft daarmee voor de vijfde keer een opdracht verstrekt aan onderzoeksbureau TNS NIPO om het aantal vloeken op televisie te tellen. Interessant, maar ik kan me ook wel voorstellen dat het publiceren van zo’n telling averechts kan werken voor de papegaaienbond. Een paar voorbeelden:
- Robert Jensen scoorde in 2007 wat lager dan het jaar daarvoor. Hij zal zich ongetwijfeld hebben voorgenomen zijn vloekfrequentie weer wat op te voeren om weer wat meer aandacht naar zich toe te trekken. Die aandacht vloeide in 2007 enigszins weg naar Gerard Joling en Gordon, het tweetal dat zich in een gezamenlijke programmaserie ook erg vloekbereid toonde.
- Bas Blokker vindt vloeken hard nodig als wapen tegen de zedenpredikers, schreef hij gisteren in een paginagroot artikel in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad.
- Wie op internet informatie zoekt over vloeken komt al gauw terecht op de webpagina van de Bond voor het Vloeken of op die van de Vloekmonitor. Je wordt daar verwelkomd met de volgende tekst: “Godverdomme! Zijn we te laat met het registreren van de domeinnaam!”
En daarmee is ook hier een eerste vloek gevallen. Ik zal me verder niet aan vloeken van de eerste graad
bezondigen. Ik wil het eigenlijk hebben over een heel klein vloekje dat thuishoort in de categorie die de Bond ‘bastaardvloeken’ noemt. Die vloek is: g!
Deze enige Nederlandse eenlettervloek is opgenomen in wat je oneerbiedig zou kunnen noemen de vloekbijbel, het boek Vloeken (1997, sterk gewijzigde druk 2001) van de taalkundige P.J.G. van Sterkenburg. Een aantal vloeken van de vele die Van Sterkenburg noemt ken ik uit mijn directe omgeving, en van de meeste andere kan ik me het gebruik goed voorstellen. Maar g? Nooit gebruikt, nooit gehoord, nooit gelezen.
Wie wel ? Laat het me alsjeblieft weten, dan kan ik het nog meenemen in mijn Eenletterwoordenboek. En geneer je vooral niet, ik zal je gegevens niet openbaar maken. Bovendien: volgens mij is ‘g’ een erg vergeeflijke vloek van de minst ernstige soort. Ik kan me niet voorstellen dat de Bond tegen het vloeken het meeneemt in zijn Vloekmonitor.